Aziatische hoornaar
De Aziatische hoornaar: wat u moet weten
De Aziatische hoornaar is een grote wespensoort die van nature niet in Nederland voorkomt. Dit insect staat op de EU‑lijst van invasieve exoten. De Europese Unie wil de verspreiding van de Aziatische hoornaar zoveel mogelijk voorkomen, omdat deze schadelijk is voor bijen, hommels en andere insecten die bloemen bestuiven.
Er heerst veel onduidelijkheid over deze soort. Hieronder vindt u meer uitleg en een overzicht van de meest relevante vragen met duidelijke antwoorden.
Is de Aziatische hoornaar gevaarlijk voor mensen?
Voor mensen is de Aziatische hoornaar niet gevaarlijker dan een gewone wesp of Europese hoornaar. Net als veel andere wespensoorten kunnen Aziatische hoornaars steken als zij zich bedreigd voelen. Ze zoeken mensen niet op om te steken.
Een steek van de Aziatische hoornaar is pijnlijk, maar alleen gevaarlijk wanneer u allergisch bent voor wespen. Neem in dat geval zo snel mogelijk contact op met een arts. Ook wanneer u in uw hals of mond wordt gestoken, is het verstandig om direct contact op te nemen met een arts.
Het risico voor u wordt groter wanneer u meerdere keren wordt gestoken. Dit kan gebeuren wanneer Aziatische hoornaars hun nest willen verdedigen. Wanneer een nest hoornaars (zowel de Europese als de Aziatische) zich bedreigd voelt, bijvoorbeeld als u te dichtbij komt of iets tegen het nest aan gooit, zullen zij agressief reageren.
Hoe herkent u een Aziatische hoornaar?
De Aziatische hoornaar:
- is 2 tot 3 cm lang;
- heeft een zwart borststuk;
- heeft zwarte voelsprieten (antennes);
- heeft gele uiteinden aan de poten;
- heeft een achterlijf met 2 smalle en 1 brede oranje band;
- koningin en werksters zijn ongeveer even groot;

Meld het als u een Aziatische hoornaar heeft gezien
In onze gemeente zijn in 2025 meerdere nesten van Aziatische hoornaars gevonden. We werken samen met lokale zoekgroepen (imkers en vrijwilligers) om de verspreiding van de Aziatische hoornaar zoveel mogelijk te beperken en nieuwe nesten snel op te sporen.
Heeft u een Aziatische hoornaar gezien?
Meld dit via:
- de BuitenBeter‑app
- het meldformulier op de website
Een vrijwilliger van de zoekgroep neemt contact met u op om te controleren of het inderdaad om de Aziatische hoornaar gaat. Is dat het geval, dan probeert de zoekgroep het nest op te sporen.
Let op!
Ga nooit zelf naar een nest toe. Als u te dicht bij het nest komt, kunnen de hoornaars agressief worden.
Wat gebeurt er gedurende het jaar?
April – juni: koninginnen en voorjaarsnesten
Als u in deze periode een Aziatische hoornaar ziet, gaat het waarschijnlijk om een koningin. Zij bouwt een voorjaarsnest op een beschutte plek zoals een spouwmuur, schuur, carport, veranda of nestkastje.
Help mee met opsporen en vangen
We proberen in het voorjaar zo veel mogelijk koninginnen te vangen, om later in het jaar minder nesten te krijgen. Dit doen wij onder andere met vallen. Wilt u helpen? Meld u dan aan via gemeente@halderberge.nl. U ontvangt dan uitleg en materialen (zoals lokstof en een passend deksel voor potjes van 80–82 mm) via de coördinator in uw woonplaats.
Juli – oktober/november: zomernesten
In deze maanden breidt het nest zich snel uit. De koningin blijft in het nest en de werksters zorgen voor de larven en de verdere opbouw van het zomernest.
In veel gevallen verwijdert de gemeente deze zomernesten. We werken hiervoor samen met omliggende gemeenten en het Bijenlandschap West‑Brabant, waarmee we op dit moment een gezamenlijk afwegingskader opstellen.
Oktober – april: overwintering en lege nesten
In het najaar vliegen de nieuwe, net bevruchte koninginnen uit om te overwinteren. Een hoornaarsnest wordt niet opnieuw gebruikt en vormt geen gevaar als het leeg is. Het nest is gemaakt van papierachtig materiaal dat door regen, wind en schimmels langzaam afbreekt. Soms nemen vogels of insecten stukjes mee voor hun eigen nest. De natuur ruimt het dus vanzelf op, maar dit kan enkele maanden duren. De gemeente verwijdert lege nesten daarom niet.
Ook in deze periode kan de selectieve val worden gebruikt om jonge koninginnen te vangen, vooral op plekken waar nesten niet of laat zijn weggehaald.

