Thomashuis Oudenbosch: één grote familie

Een volle eettafel, veel gezelligheid en altijd iemand die voor je klaarstaat. In het Thomashuis in Oudenbosch wonen negen mensen met een verstandelijke beperking al tien jaar samen met zorgondernemers Ad en Helma Huijsmans. Hun missie? Een warm thuis creëren waar iedereen zichzelf mag zijn en meedoet in de samenleving.

Van onderwijs naar zorgondernemers

Ad en Helma werkten jarenlang in het onderwijs. Helma was docent en begeleidde leerlingen met een beperking. Ad werkte ook in het onderwijs en was orthopedagoog. “Ongeveer twaalf jaar geleden kwamen we in aanraking met de formule van Thomashuis,” vertelt Ad. “Kleinschalige zorg, als een gezin, sprak ons meteen aan. Dat voelde goed.”

Ze zegden hun banen op en begonnen in 2016 aan hun Oudenbossche avontuur. Nu wonen ze samen met negen bewoners in het Thomashuis. “Onze bewoners hebben een ontwikkelingsniveau tussen ongeveer anderhalf en zes jaar,” legt Ad uit. “Ze hebben voortdurend begeleiding nodig, zoals je ook voor jonge kinderen zorgt.”

Geen instelling, maar een gezin

Helma: “Wij vormen samen een gezin. Dat gaat veel verder dan zorg verlenen. “We gaan mee naar de dokter, tandarts, sport en dagbesteding. En we gaan samen op vakantie.” 

Wie vraagt naar de sfeer in huis, krijgt een glimlach. “Heel gemoedelijk en er is altijd reuring,” zegt Helma. “Vanavond zitten we met 14 mensen aan tafel: bewoners, personeel en een stagiaire.” 

Die huiselijke sfeer ontstond niet vanzelf. “De normen en waarden van ons gezin zitten in dit huis,” vertelt ze. “Sommige bewoners hebben zelf geen broer of zus en noemen een medebewoner hun zus. Ze voelen zich echt met elkaar verbonden.”

Ook hun eigen kinderen groeiden mee in het verhaal. Toen Ad en Helma begonnen, woonden twee van hen nog thuis. Dochter Anne werkt nu als collega in het Thomashuis. “Dat is heel bijzonder,” zegt Helma trots. “Als wij een weekend weg zijn, neemt zij het over.”

Geen gesloten deuren, wel nabijheid

Het Thomashuis heeft een open-deurenbeleid. Maar vrijheid betekent niet dat bewoners alles zelfstandig doen. “Ze zijn bijvoorbeeld niet verkeersveilig,” zegt Helma. “Als iemand boodschappen wil doen, dan gaat er iemand mee. Zo kan iedereen zijn eigen leven leiden.”

Die nabijheid maakt volgens Ad het verschil met reguliere zorginstellingen. “Wij kennen de bewoners door en door en zien de kleinste veranderingen in gedrag. Ze kunnen vaak moeilijk uitleggen wat ze voelen of nodig hebben. Dan moet je aanvoelen wat er speelt.”

Hij vertelt: “Is iemand verdrietig of boos? Dan gaan we erbij zitten en vragen: kan ik je helpen? Is er iets? Wij zijn er altijd.”

Oudenbosch sloot hen in de armen 

Het Thomashuis staat midden in het dorp en midden in de samenleving. Bewoners doen mee aan de fiets- en wandelvierdaagse, zwemmen met andere sporters, gaan naar lokale winkels en werken op verschillende dagbestedingsplekken.

“Een zo gewoon mogelijk leven is ontzettend belangrijk,” zegt Helma.

Ad zegt dat de bewoners zich daardoor onderdeel voelen van de maatschappij. “Na corona zijn veel van hen op nieuwe dagbestedingsplekken gekomen. Bij een boomkwekerij of in een lunchroom. Ze komen thuis met verhalen en vaktermen. Dan zie je hoeveel ze groeien.”

Ook vanuit Oudenbosch is de betrokkenheid groot. “De bewoners zijn in de armen gesloten,” vertelt Helma. “Als wij iets organiseren, is er altijd belangstelling.”

Verdriet delen 

Leven in een Thomashuis draait om meer dan gezelligheid. Ad en Helma delen ook verdriet met bewoners en hun families. “Je krijgt behalve een bewoner, ook een hele familie,” zegt Ad. “Als een ouder overlijdt, maken wij dat hele proces mee. Het verdriet komt hierbinnen.” Dat maakt het werk intensief. “Maar dat is ons leven,” zegt Helma eerlijk. “Weinig privacy en altijd verantwoordelijk.”

Mijlpalen vieren

Het tienjarig bestaan gaat niet ongemerkt voorbij. Op 6 juni organiseert het Thomashuis een groot muziekfeest in Fidei et Arti in Oudenbosch. “We vroegen de bewoners welke artiesten ze graag zien,” vertelt Helma lachend. “Ze noemden wel tien namen. Dus dachten wij: we vragen ze gewoon allemaal.” En met succes. “Bijna iedereen zei meteen ja,” vult Ad aan. “Er komen optredens, een dj, schmink, lichtshow, circusacts. Het wordt echt een festival.” We kijken er allemaal erg naar uit. Als een feest, maar vooral als viering van tien bijzondere jaren samen.

Vergroeid met elkaar

Ondanks veel mooie momenten denken Ad en Helma ook aan de toekomst. Ooit komt er een nieuw zorgechtpaar. “Het is fijn dat de bewoners hier blijven wonen,” zegt Helma. “Maar wij gaan ooit afscheid nemen. Dat vinden we moeilijk, we hebben er nu al slapeloze nachten van.”

Ad knikt. “We zijn zó vergroeid met elkaar. We hopen als het zover is op een warme, rustige overdracht.”

Waar ze het meest trots op zijn? Daar hoeven ze niet lang over na te denken.

Helma: “Dat onze bewoners hier al tien jaar wonen, nog steeds blij zijn en blijven ontwikkelen.”

Ad: “En dat ons personeel vanaf dag één betrokken is. In de zorg hoor je vaak over tekorten en verloop, maar hier blijft iedereen. Daar zit de kracht van het Thomashuis. “Deze manier van zorgen kan dus gewoon: een warm thuis voor mensen die dat nodig hebben.”

Zorgondernemers Ad en Helma van het Thomashuis