Archeologie
Het bodemarchief is een onmisbare bron voor de kennis van het verleden. Archeologisch materiaal in de bodem is onvervangbaar en daarom kwetsbaar: eenmaal vernietigd komt het niet meer terug. Opgraven, het zogenoemde behoud ex situ, is om die reden een noodoplossing. Na een opgraving is het bodemarchief niet meer te raadplegen in relatie tot zijn context. Het is dus zaak om zuinig te zijn op ondergronds aanwezige archeologische waarden.
Behoud ter plekke, in situ dus, stelt het bodemarchief het beste veilig. Bovendien kan het archief zo altijd nog “gelezen” worden op een moment dat kennis en onderzoeksmethoden meer informatie op zullen leveren dan met de huidige stand van zaken mogelijk zou zijn. Om een aantal redenen wordt het archeologisch erfgoed bedreigd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening.
Bestemmingsplannen
Gemeenten dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. Indien er sprake is van archeologische waarden of verwachtingen kan dit bij de bestemming van een perceel worden meegewogen. In de planvoorschriften kan bijvoorbeeld worden opgenomen dat de aanvrager van een bouw- of aanlegvergunning een archeologische onderzoeksplicht heeft. De Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart is hierbij een hulpmiddel.
Amateurarcheologen
Amateurarcheologen mogen niet zelfstandig opgraven. Ze kunnen wel als vrijwilliger meehelpen aan een opgraving. Hiervoor dient vooraf toestemming te worden gevraagd.
Een vondst bij toeval
Archeologische vondsten en de locatie waar deze zijn gedaan moeten worden aangemeld. De vinder kan hiervoor bij de provincie terecht bij het meldpunt Bodemvondsten, tel. 06-18303222 of u kunt een mail sturen naar: archeologie@brabant.nl
